Betekenisvol ondernemen wordt vaak in één adem genoemd met sociaal ondernemen; de twee worden nogal eens als één verschijnsel gezien en benaderd. Onterecht wat mij betreft. Ik heb bij het schrijven van mijn vorige boek – Handboek Betekenisvol Ondernemen – héél bewust gekozen voor de term betekenisvol ondernemen, omdat ik een expliciete relatie wil leggen tussen deze nieuwerwetse vorm van ondernemerschap, en de macro-economische evolutie die de Betekeniseconomie heet.

In navolging van de Agrarische Economie, Industriële Economie en de Kennis Economie, is de Betekenis Economie is nieuw socio-economisch paradigma; een holistische maatschappelijke ontwikkeling waarbij de menselijke behoefte aan zingeving en betekenisgeving steeds nadrukkelijker bepalend wordt voor menselijk gedrag. In onze zoektocht naar zelfontplooiing en zelfrealisatie, ontdekken we steeds luider en duidelijker dat we louter vervulling en voldoening kunnen ervaren als we ons inzetten voor zaken die ons eigenbelang overstijgen; als we het grotere geheel c.q. algemene belang dienen.

De Betekeniseconomie is daardoor o.a. zichtbaar als een beweging van bedrijven, bestuurders en burgers die – vanuit eigen wil, overtuiging en initiatief – samenwerken aan het bewerkstelligen van een betere leefwereld.

De term Participatiemaatschappij wordt in de troonrede van 2013 geïntroduceerd als antwoord op de veranderende verzorgingsstaat. Met het – noodgedwongen – terugtreden van de overheid, ontstaat er een doe-democratie waarin burgers zoveel mogelijk eigen verantwoordelijkheden nemen. Alhoewel de term Participatiemaatschappij destijds niet bepaald met gejuich werd ontvangen, is de Betekeniseconomie het levende bewijs dat het idee erachter springlevend is. De Betekeniseconomie is immers een actieve samenwerking tussen het publieke, private en particuliere domein; met het doel om maatschappelijke vooruitgang voor alles en iedereen te creëren.

In de Betekeniseconomie zien we dus in de publiek-private-particuliere cirkel tegelijkertijd allerlei publiek-private, privaat-particuliere en particulier-publieke initiatieven plaatsvinden:

1)   Er is sprake van publiek ondernemerschap. Hierbij gaat het om ondernemingen die een publiek probleem aanpakken, en daarmee dus een overheidstaak overnemen. Publieke ondernemers zijn voor hun inkomsten afhankelijk zijn van publiek geld: geld dat ze verdienen door een gesubsidieerde kostenbesparing voor de gemeenschap te realiseren.

2)   Er is sprake van sociaal ondernemerschap. Hierbij gaat het om ondernemingen die een sociaal of ecologisch probleem aanpakken middels een markt-gedreven verdienmodel. In tegenstelling tot publieke ondernemers, hebben sociale ondernemers wél klanten of consumenten die bereid zijn te betalen voor een bepaald – maatschappelijk – product of dienst.

3)   Er is sprake van constructief ondernemerschap. Of MVO+. Hierbij gaat het om conventionele, commerciële ondernemingen die een stap verder gaan dan de obligate maatschappelijk-verantwoordelijkheid. Deze bedrijven hebben actieve en ambitieuze maatschappelijke doelstellingen, die volledig geïntegreerd zijn in de basale bedrijfsvoering. Het bedrijf en de constructieve maatschappelijke missie zijn onlosmakelijk verbonden.

4)   Er is sprake van burger ondernemerschap. Hierbij gaat het om ondernemingen van samenwerkende burgers: vooral in de vorm van lokale en/of regionale initiatieven zoals energie-coöperaties en gebiedscoöperaties. Deze coöperaties pakken maatschappelijke issues aan die letterlijk en figuurlijk dichtbij de burgers staan die er mee aan de slag gaan.

Betekenisvol ondernemen kent dus vier zeer-verschillende-maar-allemaal-even-relevante grondvormen, die tezamen de harde kern van de Betekeniseconomie-beweging vormen, en die tezamen het economische systeem transformeren.